Wilde bloemenpracht in je tuin
Mijn Tuin
Jean zaaide in het voorjaar wilde bloemen. Het is nu niet alleen genieten van die bloemenzee. Jean heeft nog enkele leuke ideetjes in petto. Ook de oogst in de serre wacht om geplukt te worden.
Transcriptie
<p>In Mijn Tuin hebben we de afgelopen jaren al allerlei vormen van tuinieren belicht en ik hoop dat je er wat van geleerd hebt. Vandaag gaan we een stapje verder. Vandaag gaan we leren wat natuurbeheer is. Wat je in een wat grotere tuin kunt doen om die tuin biodiverser te maken. Hoe maak je een bloemenweide. Hoe zorg je ervoor dat er meer vogels in de tuin komen? Enzovoort. Dat is voor nu!<br />Als je een tuin wilt die er natuurlijk uit ziet, dan moet je ook met inheemse planten gaan werken, uiteraard! En een van die inheemse planten die nog veel te weinig wordt gebruikt is vogelkers. Maar neen (lacht), niet die Amerikaanse vogelkers, dat is een woekeraar die veel te snel groeit en andere planten gaat onderdrukken. Er is ook de prunus padus, de inheemse vogelkers. Kijk, ik heb hier inheemse vogelkers geplant, dit voorjaar, die is allemaal in de groei, kijk, ze komen hier er nog tussenuit. Maar er groeit nog riet, er groeien nog allerlei eenjarige kruiden – onkruiden, maar onkruid bestaat niet – eenjarige planten. Maar ik moet ervoor zorgen dat die inheemse vogelkers het deze zomer overleeft, dat ze niet overwoekert geraken. Dat ga ik doen door errond met de sikkel, of met de Zwiterse sikkel, de beplanting weg te halen en dan rond die vogelkers van die kokosmatjes te leggen.<br />Dus die kokosmatjes, die gaan een paar jaar mee. En die zorgen ervoor dat rond die inheemse vogelkers het onkruid niet goed kan opschieten. En natuurlijk ook dat de bodem goed vochtig blijft daar, hé. Waardoor ze omhoog zullen gaan en vanaf volgend jaar kan het geen kwaad meer dat er allerlei andere planten tussen groeien, maar dit jaar moet ik ze echt vrij zetten.<br />Ziezo, dat ziet er al heel wat anders uit. We zien nu stilletjes terug onze inheemse vogelkers staan en waarom is die nu zo belangrijk voor mij? Wel, die geeft in het voorjaar een massa bloemen die voor bijen heel veel nectar bevatten. Dus dat is al een pluspunt en natuurlijk in de volle zomer dan komen die bessen er aan, waar alle vogels op verzot zijn. Daarom vind ik die inheemse vogelkers een beetje onderschat die, als je wat plaats hebt, toch wel een plaatsje verdient in de tuin. De bedoeling is dat dit een massief wordt van struiken, ik heb ze dicht genoeg geplant, ongeveer op een meter afstand van elkaar, en binnen twee, drie jaar wordt dit één heuvel van inheemse vogelkers. Dan wordt het genieten. Natuurbeheer wil zeggen werkzaamheden uitvoeren met het oog op de toekomst. Het resultaat is niet altijd onmiddellijk, soms pas een paar jaar later maar een beetje geduld, dat hebben we wel.<br />Hier rond onze serre heb ik het graag dat het een beetje onkruidvrij blijft zodat de ruiten goed bereikbaar zijn om ze eens goed proper te maken of gewoon om er rond te lopen, en daarom heb ik pompoenen geplant. M’n dochter heeft pompoenen gezaaid en die zijn hier dan geplant en ze beginnen er echt goed door te komen, maar ze hebben het in het begin wel wat moeilijk gehad met de droge dagen maar nu er terug meer regen gevallen is – gelukkig maar – zijn ze echt vertrokken. Ze maken uitlopers, ze maken bloemen, ik zie zelfs al een paar kleine pompoentjes verschijnen. Dus dat komt wel goed. Maar hier moet ik dus in het eerste jaar dat er niet te veel van dat riet opschiet want ondanks het feit dat ik heel dit stuk heb afgeschaafd, en de rietwortels zoveel als mogelijk heb meegenomen, zijn er toch stukjes blijven zitten en riet, dat is inderdaad een hardnekkige gast. Door regelmatig te schoffelen ga ik hem verarmen, uitputten en dan blijft ‘ie achter en de pompoenen doen de rest. Die gaan alles hier overdekken zodat er geen ander onkruid komt. En dan kan ik volgend jaar nog bepalen wat ik graag rond mijn serre zou gaan aanplanten. Dat kan een stukje moestuin worden, of een stukje siertuin, dat weet ik nog niet. Maar eerst gaan we het riet te lijf.<br />Een wilde tuin of misschien een beetje breder gezegd: ‘Een natuurgebiedje beheren’, dan moet je ook zorgen dat het goed toegankelijk is. Hier in dit dreefje is het zo dat de netels en de bramen, het is hier heel stikstofrijk in de grond – een hele rijke aarde hier – dat die netels en die bramen toch niet helemaal over het pad gaan hangen, dan is het erg lastig om met de fiets te rijden of met de auto er langs te kunnen. Mijn snoeigerief ga ik altijd op voorhand én nadien een beetje proper maken. Dat is heel simpel, voila. Dat is een soort kruipolie maar speciaal voor snoeigerief. En, uhm, dan gaat ‘ie heel vlot lopen.<br />Ja, en kijk, in het voorjaar was dit nog helemaal kaal en kijk eens wat een weelde nu. Dat kan jij ook in je tuin. Ook in je kleine tuin kan dit, want dit is een mengsel van éénjarige bloemenzaden. Eénjarig, dat wil zeggen, dat al deze bloemen, dat die in één jaar tijd ontkiemen, bloemen vormen, zaden vormen, en dan afsterven. Ja, natuurlijk is het niet gemakkelijk om zo’n éénjarig mengsel, dit heet gewoon akkeronkruidmengsel, allemaal inheems, om zo’n mengsel gedurende meerdere jaren in stand te houden. Want momenteel zijn er hier nu nog geen of weinig grassen, maar die gaan wel stilaan komen en dan moet je op een andere manier gaan beheren. Wil je dit, jaar na jaar behouden, dan moet je eind augustus alles afmaaien als alles uitgebloeid is, een paar dagen laten liggen zodat de zaadjes goed kunnen vallen, dan al het hooi eraf doen, en dan het jaar daarna, in maart, eens goed frezen, en een beetje bij zaaien, en dan kan je dit meerdere jaren doen. Maar je zal merken, na vijf, zes, zeven jaar, dan gaan op de duur de grassen toch gaan overheersen en dan kom je tot een ander weidelandschap. Dan kom je tot een weidelandschap met vaste, doorlevende bloeiende planten. Dit zijn allemaal éénjarige planten, en wat zien we hier? Heel mooi nu, net in bloei, de bolderik. Als er echt een gewas die vroeger in de korenvelden en de graanvelden te vinden was, ja, overheersend hier is de gele ganzenbloem, en dan heb je ook nog korenbloemen, er staan ook nog papavers, kamille is net open gekomen, de silene staat op het punt van open te komen, dus zo heb je die rijkdom, dat zit hier in de zomer vol van de hommels en de vlinders, het is een beetje bewolkt en nattig nu, dus het zal vandaag niet zo spectaculair zijn, maar op een zonnige dag gonst het hier van het leven, en geef toe, het is mooi, hé? En dat kan ook op je gazon. Ga eens wat verder dan ‘Maai Mei Niet’ maar spit je gazon om en gooi er eens zo’n mengsel in en je zal versteld staan van het resultaat. Vooral in het eerste jaar!<br />Ja, weet je nog hoe kaal onze boomgaard er bij stond in het voorjaar toen we de bomen hebben wit gemaakt en de korven errond hebben gezet. Wel, je moet nu maar eens kijken. In het midden werd er gefreesd en een beetje bij gezaaid en dan heb je nog de éénjarigen die overheersen, maar langs de kant is het aan het evolueren tot een bloemrijk grasland. Er zijn grassen bijgekomen, met vaste planten, met duizendblad, blauwe knoop, met heel veel margrieten, ook met tweejarigen zoals de wilde cichorei en de wilde peen, maar kortom, dit is aan het veranderen. Je kunt geen éénjarige wei, een éénjarige bloemenmengsel kan je niet blijven behouden, behalve als je het ieder jaar freest. Wel, hier hebben we niet gefreesd, alleen daar bovenop, en je ziet heel goed het verschil. Nu, hier is maaien wel aan de orde. Er moet gemaaid worden. Hier ga ik het doen eind augustus, dus als al die planten uitgebloeid zijn en zaden hebben gevormd, ja, dat begint nu nog maar pas, kijk hier naar dit knoopkruid, hoe mooi. Maar ja, het is gewoon nu even wachten tot dat uitgebloeid is. En dan maaien en het maaisel afvoeren. Want dat is belangrijk. De grond moet verarmd worden. Als je het maaisel niet afvoert, gaat de grond steeds rijker worden. En steeds meer grassen krijgen. En we moeten van die grassen niet helemaal er vanaf, maar ze moeten ingeperkt worden. En daarvoor heb ik nog een speciale truc, maar die kan ik pas in de herfst laten zien, ik ga een parasiet zaaien tussen die grassen, namelijk de grote en de kleine ratelaar. Later meer daar over.<br />Ja, en een boomgaard met die mooie fruitbomen die ondertussen goed aan het groeien zijn, en het zijn halfstammen, uhm, ja, die moet natuurlijk een beetje gesoigneerd worden en één van de manieren om dat te doen is om rond de bomen toch de grassen en kruiden niet te hoog te laten groeien, dat ze niet te veel voedsel weg nemen van de boomwortels. Die kunnen dat heel goed gebruiken om de eerste jaren goed door te komen. En dat doe ik gewoon manueel. Met de zeis.<br />Voila, het gras is nog een beetje nat, maar dat kan geen kwaad. Dat maait zelfs beter met een scherpe zeis.<br />Om het hout droog te houden, heb ik bitumen golfplaat gebruikt, zodat het hout heel goed kon drogen maar, ja, ik vond dat maar lelijk en daarom heb ik er een groendakje op gelegd. En zo’n groendakje maken is heel gemakkelijk, als je er maar op let dat die vetplantjes – het zijn cactussen – ze hebben wel degelijk water nodig in de zomer, dat die in de zomer af en toe eens nat gemaakt worden, als het niet op tijd regent, gooi er dan op tijd eens een emmer water overheen. Regent het af en toe eens, dan kan je zorgen dat die water genoeg hebben door polymeerkorrels te gebruiken. Je kent wel die wateropslorpende korrels die veranderen van een klein, wit korreltje in een handvol snot. In een mum van tijd, als je er water bij doet, en die polymeerkorrels zorgen ervoor dat in iedere groef van die golfplaten is gestrooid, dat dit groendakje er zo goed uitziet. En ja, dan heb je niet zoveel compost nodig. Maximum een vier à vijf centimeter dat in de golfjes zit. En bovenop de golfjes zit niets, maar het groeit helemaal dicht met sedum album, de gewone witte sedum, en sedum acre, dat zijn die gele, de rijstpap zoals we zeggen. En die twee samen maken er van dat dit dakje toch is uitgegroeid als een oase voor de hommels en de bijen waar ze heel graag naartoe komen op zonnige dagen. Het zijn maar twee soorten, maar dat is genoeg. Alleen moet je ervoor zorgen dat er niet te veel gras komt tussen te groeien. Het kan zijn dat je de eerste jaren een ander plantje dat er niet bijhoort, dus die pluk ik er wel uit. Het is wel gemakkelijk, ik kan er overal aan maar voor de rest ziet het er allemaal gelijkvormig uit. En ik moet er ook voor zorgen dat er genoeg zon aan kan. Dus die overhangende tak hier, die ga ik gewoon afknippen.<br />Dit was vroeger een graslandje, het overstroomt af en toe in de winter maar het was hoofdzakelijk gras dat werd gemaaid door mijn vader of mijn grootvader voor konijnenvoer of gelijk wat, maar als je een graslandje gewoon zijn gang laat gaan, dan komen er andere planten, dan gaat de grond door het gras dat ieder jaar neervalt en dan weer gaat wegrotten, dan gaat het nog rijker worden, en dan krijg je ruigteplanten. Je krijgt een ruigte. Wat is dat? Een ruigte? Dat is een echt biologisch begrip. Bramen. Heel veel bramen. Netels ook. Hoge grassen. En op den duur krijg je zelfs struiken, want hier groeit al els hier en daar tussen, dus, die ruigte, dat is een heel ander gegeven dan zo’n bloemenweide. Als je zo’n weide laat doen, dan wordt het soorten armer, minder interessant, maar aan de andere kant heb je zo ook wel broedgelegenheid. Heb je in een grote tuin plaats om een klein stukje ruigte te laten groeien, doe dat dan! Laat die netels maar een keer staan. Laat die braam maar een keer groeien. Je zal ervan versteld staan hoeveel soorten er daar op af komen. Soorten insecten, nuttige beesten allemaal, en hoeveel vogels erin komen broeden.<br />Ik beheer de natuur, ik doe beheerswerken. Ik ben de regisseur, maar de natuur mag de hoofdrol spelen. Dat is de bedoeling!<br />In Oost-Vlaanderen heb je de beemden die afgeboord zijn met knotwilgen, in de Kempen heb je beemden die afgeboord zijn met elzen. Elzenhout was het ideale hout voor stookhout, geriefhout en zo verder. En die zijn soms al heel oud. Want die grote die je hier achter mij ziet staan, die uit één grote basis vertrekken allemaal, die basis dat heet een stoof, wel, deze elzenstoof is – en je kan dat meten, en dan ongeveer berekenen hoe oud die is – wel die stond al op de Ferrariskaarten in 1793, dus dat is een heel oude houtwal hier. Ik heb hem terug verjongd. Die is volgend jaar aan de beurt. Deze was twee jaar geleden aan de beurt, en kijk eens, die zijn al heel goed aan het groeien, en die daar, die zijn vorige winter geknot. Het knotten van houtwallen is zeer nuttig omdat je dan heel dichte begroeiing krijgt die alweer een schuilplaats is voor insecten en vogels. En zo kunnen we het landschap in stand houden met die lijnvormige landschapselementen. Waarom zijn die zo belangrijk? Die houtwallen en die lijnvormige landschapselementen? Dat zijn migratieroutes. Onder andere voor vleermuizen. Allerlei amfibieën. Ook voor vogeltjes. Die gaan nooit heel grote akkers oversteken, maar die maken gebruik van, ja zeg maar, autostrades of autobanen maar dan voor onze niet stemgerechtigde medeburgers, voor onze vrienden, de dieren.<br />Ja kijk, ook mijn vijver behoort tot dit natuurgebiedje en daar draag ik bijzonder goede zorg voor want deze vijver is er niet alleen voor de reigers en de ijsvogels want die komen op al die vissen af, ik heb indertijd een paar families goudwinde erop gezet en die kweken als zot, en ieder jaar, kijk, zie ze daar zitten, het is toch prachtig, hé. In alle soorten en maten, ik heb goudwinde, zilverwinde, maar ik heb geen karperachtige uitgezet. Dat heeft wel een reden. Een karper, of ook wel een zeelt, of een louw zoals ze hier in de Kempen zeggen, dat woelt in de bodem en dat maakt het water troebel. Dit water is vrij helder, en dat komt omdat er alleen maar insectenetende visjes in zitten, zoals deze winden. Heb je thuis een vijvertje, dan is het ook een regel die je mag aanhouden. Zet er insectenetende visjes in en dan heb zeker geen troebel water.<br />Maar dit hier, dat is het probleem. Kijk, deze plant, dat is wat we noemen een invasieve exoot. Zie je hem groeien? Dat is crassula. Het heeft nog geen Nederlandse naam. Hij komt uit Zuid-Amerika. En crassula is afkomstig uit de vijverwinkels. Daar werd het verkocht als zuurstofplant vroeger – dat mag nu niet meer – maar van zo’n klein vijvertje is het ooit hier terecht gekomen, op een manier die ik zelf niet weet, maar het is er. En op een paar jaar tijd heeft deze crassula heel de oever bevolkt. Dus wat ik moet doen, is ervoor zorgen is dat die crassula niet verder naar het midden gaat want vorig jaar heb ik twintig vierkante meter crassulatapijt hier moeten verwijderen. De vijver zou binnen drie jaar helemaal dicht zijn. Koop het dus nooit! En als je het hebt, zorg dat je er zo snel mogelijk van af bent. Helemaal ervan verlost zal hier niet lukken maar ik ga hier toch proberen voor dit jaar nog wat dingen uit te halen. Dat is één. En het tweede dat ik zal doen is met dit prachtig materiaal, dat is mijn makkelijkste hark, heeft een hele lange steel, dat heeft een reden. Met deze hoek hier kan ik langs de rietstengel, zo naar beneden gaan, en als ‘ie beneden op de grond is, dan duw ik even, wat dieper, en dan trek ik eraan, ja, en dan heb ik het riet mee met een stuk van de wortel en gaat het niet verder groeien. En zo ga ik deze rietkraag toch een beetje, zo wat de losse dingen die wat meer in het water staan, die ga ik er allemaal uithalen. Zo blijft de rietkraag gewoon dicht en toch beperkt in omvang.<br />Ziezo, voor vandaag zit m’n werk erop. In dit klein natuurgebiedje. Probeer het thuis ook maar eens. Met een beetje snoeiwerk, en wat maaiwerk, kan je hele mooie resultaten bereiken. Zeker eens doen!</p>