PremiumHouten terrassen

Zo plaats je het perfecte terras (deel 1)

Zelfbouwer

Wil je een terras maar weet je niet goed wat, hoe en waar? Deze uitzending zal je op weg helpen. We bekijken verschillende types terrassen: hout, klinkers of tegels en hoe je ze kan plaatsen.

29 april 2026

Deel 1 | Deel 2

Transcriptie

Een terras is vandaag een vast onderdeel van de woning. Het verbindt binnen met buiten en wordt intensief gebruikt, van het vroege voorjaar tot het najaar. Daarom is een doordachte aanpak belangrijk. Niet alleen voor het uitzicht, maar ook voor de duurzaamheid en het comfort. Voor je begint, bepaal je de ligging en de afmetingen van het terras. Hou rekening met de stand van de zon, de aansluiting op de woning en de functie van het terras. Wordt het een eethoek, een zithoek, of een combinatie van beide? De vorm en ligging van het terras moeten dus eerst correct uitgezet worden. Gebruik hiervoor piketten of betonijzer en metseldraad. metselkoord Zet eerst de buitencontouren uit volgens de geplande afmetingen. Werk rustig en controleer elke maat voor je verdergaat. In ideale omstandigheden, zorg je ervoor dat de hoeken haaks staan met een winkelhaak. Die haaksheid kan je ook controleren door de diagonalen te meten. Bij een rechthoekige vorm moeten beide diagonalen exact even lang zijn. Pas indien nodig de piketten aan tot die maten overeenkomen. Sluit het terras aan op de woning, zorg er dan voor dat de uitzetting evenwijdig loopt met de gevel. Dat geeft niet alleen een mooier resultaat, maar vereenvoudigt ook de plaatsing. Wanneer de uitzetting klopt en de metseldraden metselkoorden strak gespannen zijn, kan je starten met het uitgraven. Hoe diep dat moet, hangt af van het type terras en de gekozen opbouw. Kies je voor een vaste verharding, zoals keramische tegels, natuursteen of betonklinkers, dan is een voldoende diepe en stabiele opbouw essentieel.”Lees ook telkens de technische fiche om je opbouw te bepalen. In de meeste gevallen wordt gewerkt met een funderingslaag van gebroken steen of steenslag, met daarboven een uitvlaklaag in stabilisé.” Bij zware belasting of wanneer extra stabilisatie of drainage nodig is, begin je met een onderfundering in gebroken steen, steenslag of betonpuin. De dikte van de laag is afhankelijk van de belasting. Voor een terras is dit doorgaans tussen de 5 en 15 centimeter. Op de onderfundering komt dan de fundering, eventueel met een gronddoek tussen. Dit kan ook de eerste stap zijn. De fundering bestaat doorgaans uit een laag stabilisé – een mengsel van zand en cement. De funderingslaag is doorgaans 10 tot 15 centimeter dik en wordt goed verdicht. Afhankelijk van je plaatsingsmethode, komt daarboven nog de straatlaag. Een laag stabilisé, split of zand van ongeveer 5 centimeter enkele centimeters, waarin de tegels of klinkers worden geplaatst. Deze opbouw zorgt voor een gelijkmatige ondersteuning en voorkomt verzakkingen of losliggende elementen. Hoe groter of zwaarder de tegels, hoe belangrijker een correcte onderbouw. Bij lichtere constructies, zoals een houten terras op regels balken of een terras op tegeldragers, is de aanpak anders. Daar wordt vaak gewerkt met een worteldoek op de uitgegraven ondergrond – om onkruid te vermijden. Om vlak te kunnen werken en een stabiel steunpunt te hebben, wordt hierop soms nog wat grind, stabilise e/ of een betonklinker geplaatst. – eventueel aangevuld met een laag gebroken steen of stabilisé op de steunpunten. In sommige gevallen kan een nieuw terras ook aangelegd worden op een bestaande verharding. Dat kan bijvoorbeeld wanneer het oude terras nog stabiel is en geen verzakkingen vertoont. Hier komen we later nog op terug, want dit vraagt een specifieke werking. Welk systeem je ook kiest, zorg altijd voor een lichte helling van het terras. Zo kan regenwater vlot weg en vermijd je waterophoping. Die afwatering moet ongeveer 1 à 2 centimeter per meter zijn. Je kan hiervoor een lasermeter of pasdarm gebruiken. Bij het plaatsen van tegels in stabilisé vertrekken we van een correct voorbereide ondergrond. Op die ondergrond wordt eerst een uitvlaklaag in stabilisé aangebracht. Wordt het terras rechtstreeks tegen de woning geplaatst, dan is het aangewezen om langs de gevel een isolatie- of randstrook te voorzien. Die vangt werking op en voorkomt spanningen tussen terras en gevel. De uitvlaklaag stabilisé is doorgaans ongeveer vijf centimeter dik en dient om de tegels gelijkmatig te ondersteunen Om die laag correct op dikte en helling te leggen, kan je eerst een koord spannen op de gewenste hoogte. Hou daarbij rekening met de afwatering, zodat het terras licht afhelt in de juiste richting. Door vanaf het koord te meten, kan je controleren of de stabilisé overal op de juiste hoogte ligt. Om de stabilisé vlak en gelijkmatig te trekken, plaats je afrijlatten of regels aan weerszijden van het terras. Met een lange regel kan je de stabilisé vervolgens afreien tot een vlakke ondergrond, klaar om de tegels te plaatsen. De tegels worden één voor één in de stabilisé gelegd en voorzichtig aangedrukt tot ze gelijk liggen met het gespannen koord. Dit doe je met een rubberen hamer. Om een uniforme voegbreedte te behouden, werk je met voegkruisjes tussen de tegels. Controleer regelmatig het niveau en de uitlijning, zodat het terras strak en gelijkmatig blijft. Aan randen of hoeken moeten tegels op maat gezaagd worden. Voor het fijnere werk komt een haakse slijper goed van pas. Bij grotere formaten of harde materialen is een diamantzaag aangewezen. Denk hierbij altijd aan je veiligheid: draag een bril en gehoorbescherming en lees de gebruiksaanwijzing. Wanneer alle tegels geplaatst zijn en netjes uitgelijnd liggen, kan je voegen. De voegen zorgen ervoor dat het terras één geheel wordt en dat de tegels niet kunnen verschuiven. Eerst verwijder je de voegkruisjes en maak je de voegen vrij van losse stabilisé en vuil. Strooi het zand over de tegels. Welk product je kiest is afhankelijk van de tegel en het formaat van je voeg. Werk de korrels met een borstel schuin in de voegen, zodat ze goed tussen de tegels terechtkomen. Daarna wordt het oppervlak licht afgeveegd en gereinigd, zodat er geen voegresten op de tegels achterblijven. Om het polymeerzand te doen binden, heb je water nodig. Gebruik een tuinslang en bevochtig het terras. Tot slot is het belangrijk om het terras na het voegen even met rust te laten. Geef het voegmateriaal de tijd om uit te harden, en vermijd in die periode zware belasting of intensief reinigen. Wanneer je terrastegels verlijmt, moet dat gebeuren op een stabiele én waterdoorlatende ondergrond. In de praktijk wordt hiervoor vaak gewerkt met een waterdoorlatende chape. Die laat regenwater door en voorkomt dat vocht onder de tegels opgesloten blijft. Reinig, indien nodig, deze ondergrond eerst. Breng een primer aan op de chape. Die verbetert de hechting van de lijm en verkleint de kans dat tegels later loskomen. Voor buitengebruik kies je een tegellijm die geschikt is voor vocht en temperatuurschommelingen. Breng de lijm zowel op de ondergrond aan als op de achterkant van de tegel. Met deze dubbele verlijming bekom je een optimale hechting en vermijd je holle ruimtes onder de tegels. Tijdens het plaatsen hou je een vaste voegbreedte aan. Dat doe je met afstandshouders, blokjes of een ander geschikt hulpmiddel. Controleer regelmatig of de tegels recht en correct uitgelijnd liggen. Na het uitharden van de lijm kan je beginnen voegen. Daarvoor gebruik je een voegmortel die geschikt is voor buiten. Voor je het voegsel aanbrengt, bevochtig je het oppervlak licht. Zo voorkom je dat de voegmortel te snel uitdroogt. Verdeel de voegmortel over het oppervlak en werk die met een rubberen trekker volledig in de voegen. Na een korte droogtijd reinig je het oppervlak met een fijne waterstraal. Zo verwijder je overtollig voegmateriaal en werk je het terras netjes af. Wie toch een terras in tegels wil aanleggen, kan kiezen voor tegeldragers. Bij dit systeem liggen de tegels los op dragers, waardoor water vlot kan wegstromen en spanningen in de ondergrond worden opgevangen. De tegeldragers zijn in hoogte verstelbaar. Zo kan je het niveau eenvoudig aanpassen en kleine oneffenheden opvangen. Niet elke tegeldrager is geschikt voor elke toepassing. Het is belangrijk om vooraf te bepalen welk type je nodig hebt, afhankelijk van de ondergrond en het formaat van de tegels. Ook niet elke tegel is geschikt om op tegeldragers te plaatsen. De dikte, sterkte en opbouw van de tegel spelen daarbij een belangrijke rol. Aan de kant leggen we bovenplaten op de tegeldragers. Die zorgen voor een goede ondersteuning op de hoeken. Bij dit tegelformaat volstaat het om op elke hoek van de tegel een tegeldrager te plaatsen. Werk je met grotere tegels, dan plaats je ook een extra tegeldrager in het midden om doorbuigen te voorkomen. Langs muren en vaste constructies behoud je een uitzetvoeg. Die kan je eenvoudig vrijhouden met kaleerblokjes. De hoogte pas je eenvoudig aan door aan de tegeldrager te draaien. Plaats eerst aan twee zijden van het terras een rij tegels. Span daartussen een metselkoord. Dat koord dient als referentie om de volgende tegels netjes op lijn te leggen. Leg ook in de andere richting een referentielijn. Door meteen twee rijen tegels te plaatsen, zie je duidelijk of alles evenwijdig loopt. De meeste tegeldragers zijn standaard voorzien van afstandhouders, waardoor de voegbreedte automatisch bepaald wordt. Moet je een tegel op maat zagen, dan kan dat met een haakse slijper. Gebruik bij natuursteen bij voorkeur een vol diamantblad voor een zuivere snede. Een verzaagde tegel ondersteun je best extra door in het midden een bijkomende tegeldrager te plaatsen. Van die pads kan je een hoek afscheuren zodat je ze onder een tegel kan leggen. Zo zorg je ervoor dat de tegels gelijk komen te liggen. De pads kan je ook gebruiken om het loopgeluid te dempen. Handig als je een dakterras legt bijvoorbeeld. Ook zorgen ze ervoor dat de tegel niet wegschuift van de dragers. Dat vastlijmen gebeurt met een polymeerlijm, die zowel de tegel als de tegeldrager fixeert zonder de werking van het systeem te belemmeren. Omdat de afstandhouders geïntegreerd zijn in de tegeldragers, hoeft dit type terras niet gevoegd te worden. Het resultaat is een strak terras dat eenvoudig te plaatsen is en later ook makkelijk aanpasbaar blijft. Een houten terras wordt niet rechtstreeks op de ondergrond geplaatst, maar opgebouwd op een regelwerk. Dat regelwerk zorgt voor stabiliteit, een correcte afwatering en voldoende ventilatie onder het terras. Vertrek ook hier van een stabiele en voorbereide ondergrond. Dat kan een betonplaat zijn, een fundering met stabilisé of een bestaand terras dat nog in goede staat is. Werk je op volle grond, dan kan je een worteldoek plaatsen om onkruidgroei onder het terras te beperken. Waar nodig werk je met steunpunten, zoals betontegels of sokkels. Leg je het terras op volle grond, dan zorgen steunpunten ervoor dat de regels stabiel liggen en niet kunnen verzakken. Zo wordt het gewicht gelijkmatig verdeeld en blijft het terras op niveau. Leg deze steunpunten in een laag stabilisé. Werk je op een betonnen ondergrond of op een bestaand terras, dan zijn aparte steunpunten meestal niet nodig. Houd er dan wel rekening mee dat het water niet weg kan en je dus zeker een kleine helling voorziet. De draagstructuur kan uitgevoerd worden in hout of aluminium. Bij een houten onderstructuur wordt vaak dezelfde houtsoort gebruikt als voor de terrasplanken, al bestaan er ook duurzame en budgetvriendelijke alternatieven. Daarnaast bestaan er ook aluminium draagstructuren. Die zijn maatvast, onderhoudsvrij en ongevoelig voor vocht. Aluminium onderstructuren worden vaak gecombineerd met onzichtbare bevestigingssystemen, waarbij de terrasplanken in clips worden vastgezet. De aluminium rails worden op maat gezaagd en in rijen op de ondergrond geplaatst. Afhankelijk van het systeem worden ze vastgezet met beugels, pluggen of speciale bevestigingen. Omdat aluminium niet rechtstreeks op een natte ondergrond mag liggen, worden er meestal pads of afstandsstukken voorzien tussen de rails en de ondergrond. Ook hier is het belangrijk om de juiste hart-op-hartafstand aan te houden en het niveau nauwkeurig af te stellen. Volg bij aluminium draagstructuren altijd de richtlijnen van het gekozen systeem. Zo ben je zeker van een correcte plaatsing en een duurzaam resultaat. Ligt de houten of aluminium draagstructuur correct, dan kan je de terrasplanken bevestigen. De terrasplanken worden haaks op de draagstructuur geplaatst. Je kan ze rechtstreeks vastschroeven, maar dan blijven de schroeven zichtbaar. Met een onzichtbaar bevestigingssysteem bekom je een strakker resultaat en vermijd je roestvorming. Hou tussen de planken altijd voldoende ruimte zodat het hout kan werken en water vlot kan wegstromen. Voor je de planken bevestigt, kijk je best eerst of je met een volle plank kunt eindigen. Is het resterende stuk te smal, dan begin je beter niet met een volle plank, maar kort je zowel de eerste als de laatste plank gelijkmatig in. In de praktijk zijn terrasplanken zelden exact even lang als het terras. Waar nodig zaag je ze op maat met een cirkelzaag of afkortzaag. Door reststukken te hergebruiken in de volgende rij, bekom je een mooi en evenwichtig legpatroon. Werk je met metalen draagbalken, dan worden de terrasplanken meestal bevestigd met een onzichtbaar clipsysteem. De clips schuif of schroef je vast in de voorziene groef of rail van de metalen draagbalk. Daarna klik of schuif je de terrasplank in de clip, zodat ze stevig vastzit zonder zichtbare schroeven. Tussen de planken zorgen de clips automatisch voor een vaste tussenruimte, zodat het hout kan werken en water vlot kan weglopen. Volg bij de plaatsing altijd de instructies van het gekozen clipsysteem, want de werkwijze kan per fabrikant verschillen. Wanneer het terras geplaatst is, volgt de afwerking van de randen en zijkanten. Bij terrassen met vaste verharding, zoals tegels in stabilisé of verlijmde tegels, worden de randen vaak afgewerkt met boordstenen of kantopsluitingen. Deze boordstenen plaats je in stabilisé, zodat ze het terras opsluiten en verschuiven of verzakken voorkomen. Bij houten of composiet terrassen werk je de zijkanten meestal af met een plint of een randprofiel. Plinten worden geschroefd op de draagstructuur of vastgezet met een aangepast bevestigingssysteem. Zo krijgt het terras een nette afwerking en blijven de onderliggende constructie en de zijkanten beschermd. Bij grotere terrassen in tegels moet je ook rekening houden met uitzetvoegen. Die vangen spanningen op door temperatuurschommelingen en voorkomen scheuren of loskomende tegels. Een uitzetvoeg wordt niet opgevoegd, maar afgewerkt met een elastisch materiaal, zoals een geschikte kit. Zo blijft het terras werken zonder schade aan de verharding. Met het juiste onderhoud blijft elk terras langer mooi. Regelmatig reinigen, en tijdig behandelen waar nodig, verlengt de levensduur aanzienlijk. Welke opbouw of materiaalkeuze je ook maakt, een goede afwerking is minstens even belangrijk. Door aandacht te besteden aan details maak je van je terras een duurzame en aangename buitenruimte.

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden

Zelf nieuws te delen?

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
20 januari 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine