Wat houdt de nieuwe norm voor veiligheidshelmen in?
De Europese norm voor industriële veiligheidshelmen heeft recentelijk een grondige update gekregen. EN 397:2025 is sinds 2026 opgenomen in de Europese lijst van geharmoniseerde PBM-normen en introduceert onder meer een nieuwe indeling in helmtypes, aangepaste impacttests en bijkomende eisen voor de pasvorm en bepaalde accessoires. Welke gevolgen heeft de nieuwe norm voor bestaande en nieuwe veiligheidshelmen? En welke vernieuwingen zijn er naast de aangepaste normering?
Waarom werd EN 397 herzien?
De vorige versie van EN 397 vertrok hoofdzakelijk vanuit één welbepaald scenario, waarbij een voorwerp van bovenaf op de kruin terechtkomt. Die benadering dekt echter niet langer het volledige spectrum aan risico’s op de werkvloer, waar werkzaamheden op hoogte gepaard gaan met bijkomende gevaren en valpartijen en botsingen een aanzienlijke bron van hoofdletsel blijven. Ook het gebruik van helmen is veranderd, met visieren, gehoorbescherming en verlichting die steeds vaker deel uitmaken van dezelfde uitrusting.
Met de herziening verdwijnt bovendien een al langer bestaande lacune in de normering. Bij werkzaamheden op hoogte greep men geregeld terug naar helmen die gecertificeerd zijn volgens EN 12492, een norm die oorspronkelijk voor de bergsport werd ontwikkeld en bijgevolg onvoldoende rekening houdt met de specifieke risico’s en gebruiksomstandigheden in een industriële omgeving. EN 397:2025 voorziet hiervoor in een eigen referentiekader, met een helmtype dat zowel bescherming tegen impact op de kruin als een hoger beschermingsniveau bij zijdelingse impact omvat.
Twee nieuwe types helmen
Een van de belangrijkste wijzigingen is de indeling in Type 1 en Type 2, elk met eigen eisen voor impactbescherming. Type 1 beschermt tegen impact op de kruin en wordt getest met een impactenergie van 49 joule, vergelijkbaar met de klassieke industriële veiligheidshelm. Een kinband is optioneel, maar moet bij gebruik een retentiesterkte van meer dan 150 N (15 kg) halen.
Type 2 biedt uitgebreidere bescherming tegen impact op de kruin, getest bij 98 joule, en tegen impact op de zijkanten, voor- en achterzijde van het hoofd, waarvoor een energie van 24,5 joule geldt. Een kinband is bij dit type verplicht en moet een retentiesterkte van meer dan 500 N (50 kg) halen. Die hogere retentiesterkte beperkt het risico dat de helm tijdens een val loskomt.
Accessoires worden voortaan samen met de helm getest
Bijkomende eisen
Naast de hogere impactbescherming voert EN 397:2025 ook een reeks nieuwe basiseisen in die niet eerder verplicht waren en voor beide types gelden. Zo moeten helmen voortaan bestand zijn tegen ontsteking (resistance to ignition), wordt er een penetratietest voor de ventilatieopeningen in de schaal uitgevoerd, en komt er een ergonomietest die het draagcomfort en de pasvorm beoordeelt. Ook de maatvoering – hoe de helm in verschillende maten correct aansluit – wordt nu expliciet getest.
Ook accessoires krijgen een plaats in de certificatie. Een vizier, oorkap of helmlamp wordt voortaan samen met de helm getest. De nieuwe norm vereist dat de compatibiliteit van zulke combinaties tijdens de certificatie wordt beoordeeld, waarbij alleen gezamenlijk geteste combinaties als conform kunnen worden beschouwd. Daarnaast moet de fabrikant de Helmet Positioning Index (HPI) van de helm laten registreren bij het testlaboratorium. Deze index legt de positie van de helm op het hoofd vast.
Aanvullende prestaties
Naast de verplichte basiseisen bevat EN 397:2025 aanvullende prestaties die alleen gelden wanneer de fabrikant ze specifiek claimt. Afhankelijk van het model kunnen bijvoorbeeld prestaties worden aangegeven voor lage of hoge temperaturen, gesmolten metaal, elektrostatische eigenschappen, verhoogde zichtbaarheid of off-crown penetratie.
Een normnummer alleen is daarom niet genoeg. Twee helmen met dezelfde basisnorm kunnen voor totaal andere omgevingen bedoeld zijn. Bij aankoop moet de volledige markering, EU-conformiteitsverklaring en gebruiksinstructie worden bekeken, zeker in chemische, elektrische, zeer warme/koude of weinig verlichte werkomgevingen.
OVERGANGSPERIODE TOT DECEMBER 2027
EN 397:2025 werd in 2025 gepubliceerd en is sinds 2026 opgenomen in de Europese lijst van geharmoniseerde normen voor persoonlijke beschermingsmiddelen. De overgang naar EN 397:2025 loopt van november 2025 tot december 2027. In die periode blijven helmen volgens de vorige norm voorlopig geldig. De overgangsperiode is er in de eerste plaats om fabrikanten de tijd te geven om hun productie aan te passen en de nodige hercertificeringen door te voeren. Naar verwachting zullen veel fabrikanten pas tegen het einde van die periode overschakelen, aangezien de norm nog kan worden gewijzigd. Organisaties hoeven daarom niet nu al specifiek op zoek te gaan naar helmen met een EN 397:2025-certificering.
Andere normen naast EN 397
Elektrotechnisch werk (EN 50365)
Naast de algemene eisen voor industriële veiligheidshelmen bestaat er een afzonderlijke norm voor elektrisch isolerende helmen. EN 50365:2023 is van toepassing op helmen die elektriciens beschermen tegen elektrische risico’s bij werkzaamheden aan of in de nabijheid van onder spanning staande delen. De norm dekt installaties tot 1.000 V wisselspanning (AC) en 1.500 V gelijkspanning (DC).
Isolerende helmen zijn herkenbaar aan het symbool van een dubbele driehoek, dat samen met de andere voorgeschreven markeringen wordt aangebracht. De helm moet steeds worden gebruikt in combinatie met de overige voorgeschreven elektrisch isolerende beschermingsmiddelen.
Werken op hoogte (EN 12492)
EN 12492:2025 bevat de veiligheidseisen en testmethoden voor helmen voor bergsport. De norm geldt ook voor activiteiten met vergelijkbare risico’s, zoals klimmen, speleologie en canyoning. De helmkeuze bij werken op hoogte hangt af van de specifieke risico’s en de voorschriften voor de werkzaamheden. EN 12492 en EN 397 hebben elk een eigen toepassingsgebied en zijn niet zonder meer onderling uitwisselbaar.
Stootpetten (EN 812)
De norm EN 812 geldt voor stootpetten die het hoofd beschermen tegen botsingen met harde, onbeweeglijke objecten, die oppervlakkige verwondingen of snijwonden aan de schedel kunnen veroorzaken. Omdat een stootpet geen bescherming levert tegen vallende voorwerpen, kan deze een veiligheidshelm echter niet vervangen.
Er bestaan stootpetten met een harde kunststofschaal en baseballpetten met een verstevigde binnenzijde onder een textielen buitenkant. Ventilatieopeningen maken bepaalde modellen geschikt voor warme werkruimtes. Voor omgevingen met een risico op vlammen zijn er uitvoeringen in geprobaniseerd weefsel. Stootpetten worden vooral gebruikt bij onderhouds- en herstelwerk binnenshuis, onder meer in de voedingsindustrie, loodgieterij en autoreparatie, waar werknemers geregeld onder machines of installaties werken.
Wat houdt de markt nog bezig?
Lichter, compacter en beter geventileerd
De zoektocht naar gewichtsreductie blijft een constante in de ontwikkeling van hoofdbescherming. Polycarbonaat, ABS en thermoplasten winnen terrein, terwijl voor zwaardere toepassingen composieten als glasvezel, Kevlar en koolstofvezel worden ingezet. Deze materialen kenmerken zich door een gunstige verhouding tussen gewicht en mechanische sterkte en, afhankelijk van de samenstelling, een zekere temperatuurbestendigheid. Vooral in sectoren als de bouw en de olie- en gasindustrie is een laag helmgewicht van belang, aangezien werknemers hun helm vaak een volledige werkdag dragen en extra gewicht de nek belast.
Ook de binnenstructuur evolueert volop. Naast klassiek schuim bestaan er tegenwoordig structuren die energie opnemen door te vervormen en tegelijk luchtdoorstroming toelaten. Daarmee streven fabrikanten naar helmen met minder volume en warmteopbouw, zonder in te boeten aan schokabsorptie. Die aanpak is al langer bekend uit de sporthelmenindustrie en vindt ook ingang bij industriële hoofdbescherming.
Duurzamer, en liefst demonteerbaar
In de sportsector houden fabrikanten bij het ontwerp van helmen vaker rekening met de verwerking aan het einde van de levensduur. Ze onderzoeken onder meer het gebruik van gerecycleerde kunststoffen en lijmloze constructies, zodat onderdelen na gebruik gemakkelijker te demonteren en te sorteren zijn. Die benadering vindt ook ingang bij industriële helmen, die door hun beperkte levensduur geregeld moeten worden vervangen en na gebruik vaak op de afvalhoop eindigen.
Mogelijke ingrepen hiertegen zijn het beperken van het aantal materiaalsoorten per helm, het afzonderlijk vervangbaar maken van onderdelen zoals het binnenwerk en de kinband, en het gebruik van kunststoffen die geschikt zijn voor recyclage. Hoewel veel van die initiatieven nog in de kinderschoenen staan en de veiligheid van de drager altijd prioritair is, weegt de milieubelasting steeds vaker mee bij de aankoop van PBM's door bedrijven met concrete duurzaamheidsdoelstellingen.
Bescherming tegen rotatiekrachten
MIPS® staat voor Multi-directional Impact Protection System (systeem voor bescherming tegen multidirectionele impacts). Het hoofddoel is het verminderen van roterende krachten veroorzaakt door bepaalde klappen tegen het hoofd. Terwijl veel traditionele helmen zijn ontwikkeld en getest om de kracht van een lineaire impact te weerstaan, gebeuren ongevallen rond het hoofd niet systematisch lineair, maar onder een hoek. Als gevolg daarvan kunnen zogenaamde rotatiebewegingen inwerken op het hoofd en de hersenen, wat zeer gevaarlijk kan zijn en ernstige hersenletsels kan veroorzaken.
Om die rotatiebeweging te beperken, bevat een MIPS®-helm een wrijvingsarme laag (Low Friction Layer) tussen de buitenschaal en de binnenvoering. Wanneer de helm wordt blootgesteld aan een impact onder een bepaalde hoek zal die wrijvingsarme laag er voor zorgen dat de helm kan schuiven ten opzichte van het hoofd. Daardoor wordt een groot deel van de rotatiekrachten opgevangen, wat zorgt voor een lagere kans op hersenschade.
Helmen met sensoren
Ingebouwde sensoren kunnen een val of zware impact detecteren, de locatie van de drager doorgeven en waarschuwen bij hoge temperaturen of een gevaarlijk kleine afstand tot machines. Zulke functies kunnen helpen om risico’s sneller op te merken en na een incident sneller hulp in te schakelen. Vooral bij alleenwerk op afgelegen locaties kan een automatisch alarm met locatiegegevens kostbare tijd besparen, op voorwaarde dat er voldoende netwerkdekking is en de alarmmelding ook effectief wordt opgevolgd.
De technologie is nog volop in ontwikkeling. Onderzoek wijst op meerwaarde in onder meer de bouw, mijnbouw en industrie, maar ook op hindernissen zoals de betrouwbaarheid van sensoren, de batterijduur en de kosten. Marktstudies voorspellen groei, al zeggen die prognoses op zichzelf weinig over het huidige gebruik van sensorgestuurde industriële helmen in Europa.
Met medewerking van 3M Safety, Cortina, Delta Plus, Milwaukee, Rox, Uvex Safety, Würth en VIP Safety