PremiumTuinwerkzaamheden

De volkstuin: beloftevolle oogst

Mijn Tuin

Het is alle hens aan dek bij Georges. Nog wat bijzaaien hier, nog wat uitplanten daar. In al zijn enthousiasme komt hij bijna nog plaats te kort!

2 juli 2024

Transcriptie

Welkom terug in mijn moestuin. Ik heb weer heel wat tips om aan u te vertellen. Ik stel voor; volg mij en we kunnen het samen bekijken. Nu staan we aan onze moestuinbakken. Ja, een groot probleem dit jaar zijn de slakken. Heel veel slakken. Een nat en koud voorjaar waardoor de slakkenpopulatie is toegenomen en als je ze niet bestrijdt dan zullen alle jonge plantjes gewoon worden opgegeten. Een goedkope oplossing en meteen een efficiënte oplossing is de slakkenval. Dat is eigenlijk een potje dat je in de grond steekt – kijk – ik zal het er eens even uit halen. Zie. Daar doe je bier in of zoete wijn. De slakken zijn daar dol op! Die komen eigenlijk – die komen in die val … Die vallen in die plas bier en die verdrinken gewoon. Voila. Kijk. Dat is een biologische manier. Geen bestrijdingsmiddelen. Geen giftige producten maar zeer efficiënt. Dus het resultaat, dat is het resultaat van één nacht. Dat gaan we hier weg … Wacht, ik zal dat meteen hier over smijten. Hups. Voila. Dus ik heb de slakkenval nu leeg gemaakt. Dat kan geen kwaad. Die slakken zijn niet giftig. Dus als de vogels of als de egels daar mee weg zijn – geen enkel probleem. Die zijn gezond. Die zijn gestorven aan alcoholintoxicatie. Nu gaan we ons potje terug vullen. Dat is hier nu een soort appelcider dat we niet graag drinken maar dat gaan we nu gebruiken voor de slakken natuurlijk hé. Ze zijn daar dol op die beestjes. En dan zetten we mooi het dekseltje daar op. Dat dekseltje dient ervoor om wanneer het regent dat het niet teveel verwatert. En je zet het potje gewoon met de rand gelijk met de aarde. De slakken ruiken dat en ze komen erop af en, uhm, ze blijven van onze plantjes af. In het voorjaar [heb ik] uitjes geplant. Dat zijn stengeluitjes. Dat zijn rode uien. In eierdozen. Je ziet dat die eierdozen nog niet zijn gecomposteerd maar die zorgen eigenlijk voor een soort sponseffect. Die houden het water een beetje vast. En je ziet: die plantjes groeien mooi. Die hebben geen groeistilstand. Integendeel. En die zijn ook mooi op afstand geplant zonder dat je er moeite moet voor doen. Dat is eigenlijk een win-win[-situatie]. Die Tagetes of stinkertjes, dat zijn eigenlijk plantjes die geur afgeven die de ajuinvlieg niet graag heeft. Dus dat is een chemische oorlogsvoering met geuren. We hebben het in een vorige uitzending ook gehad over wisselteelt. Dit stuk is bemest geweest. Dit is niet bemest. Bij het bemeste stuk zetten we groene planten. Dus stikstofminnende planten. Hier komen de wortelgewassen – wortel- of knolgewassen: ajuinen, sjalotten, uhm, stengeluitjes, wortels en eventueel ook radijzen. Dit perceel is eigenlijk voorbestemd voor de planten die niet zo stikstofminnend zijn. Je ziet hier trouwens dat de wortels al aan het opkomen zijn. Bij het zaaien van de wortels: ik maak een ondiepe geul en ik vul die met potgrond. Potgrond is zwart. De zwarte kleur absorbeert de warmte op. Dus als je zaait op zo’n bed met bosgrond, dus met potgrond dan gaat het zaad ook beter kiemen en beter groeien. Ik doe dat ook met prei. Met wortelen. Met de meeste gewassen. Eerst zaai- en stekgrond. Of potgrond. Zodat de warmte van de zon beter wordt vastgehouden. Potgrond kan ook beter vocht vasthouden ook. Dat is ook een extra voordeel. Goed, dus ja, ik weet nu ondertussen wel wat ik hier gezaaid heb maar volgende maand als ik al de rest hier gezaaid heb zal dat wel wat moeilijker worden. Vandaar dat ik toch wel zal zorgen voor een geheugensteuntje aan de hand van een naamkaartje. Dus dat zijn worteltjes. Hier hebben we het perceel dat we bemest hebben. We hebben hier rapen gezet. Dat zijn spruitjes. Spruitjes die we later gaan moeten verspenen. Die zijn dus nog niet definitief op hun plek. Dat is selder en prei. We zitten nu met pas gezaaide groenten. Die hebben natuurlijk nog vocht nodig. Die hebben nog niet de mogelijkheid om vocht uit de diepte te halen. Dus we moeten regelmatig water geven. Dat doen we best ‘s avonds. Omdat er dus gedurende de nacht bijna geen verdamping is. De grond blijft vochtig. De zaadjes kunnen maximaal genieten van de vochtigheid. Je kan dat ook doen in de vroege ochtend. Eens de zon tevoorschijn komt, gaat dat heel vlug opdrogen. Dan is het ook weer verdampt in plaats van bij de plantjes. We zijn nu tamelijk laat in de namiddag en we gaan er van genieten om onze zaadjes extra vocht te geven. Die broeskop die we er op hebben gezet dient om een zachte waterstraal te hebben. Nu kunnen die plantjes nog niet verbranden want ze komen nog net niet boven de grond. Het is gewoon ervoor zorgen dat de kieming maximaal verloopt. Dat heeft natuurlijk wel wat extra water nodig. Maar eens die ingeworteld zijn, dan kunnen die hun plan trekken. Wat we nu gaan doen dat is tomatenplantjes in de grond zetten. En dat putje mag toch – alé ja – iets dieper zijn dan de pot zelf. Ik zal je direct uitleggen waarom. We hebben hier de worteltjes van de plant maar hier op de stengel staan er allemaal fijne haartjes en eigenlijk worden dat adventieve wortels. Als we onze plant tot hier in de grond steken dan gaan zich op die stengel nieuwe haartjes – worteltjes vormen waardoor de plant ook sterker is. Dus die blaadjes onderaan kunnen we verwijderen want die gaan onder de grond zitten. Dus dat stuk stengel – dus eigenlijk door die plant diep genoeg te zetten, eerst en vooral gaan we ervoor zorgen dat de productie laag bij de stam zal beginnen want hier zijn de eerste bloemen al. En die stengel zal zorgen voor extra beworteling. En bovendien zitten onze wortels vrij diep in de grond waardoor ze eigenlijk ook gemakkelijker vocht zullen vinden. Alweer een pluspunt voor tijdens onze droge zomers. Kijk. En die zet ik nu zo diep in de grond. Zie je? Die zit dus eigenlijk al twintig centimeter [diep] en we vullen dat op met voedzame potgrond. Voila. Kijk. En je ziet. Ons plantje steekt net boven de grond waar zijn eerste blad zit. Voila. Prima. Hier hebben we een heel mooi systeem om onze planten te bewateren. We zetten dat over de plant. Zo. Dat gaat dan een klein beetje in de grond verwerkt worden want hier staan pinnetjes op waarlangs het water in de grond kan sijpelen. Dus voila, dat zetten we er zo in. We hebben hier in feite plaats om drie fijne stokken te plaatsen maar deze is te dik dus ik gebruik gewoon één stok naast de plant dat ze niet in de wortels -want dan ga je ze verstoren. Voila. Kijk. Je ziet; dat is een stok van twee meter lang. Je zou zeggen: voor tomaten is dat niet nodig. Wel nu. Die Prima Bella groeit inderdaad zo hoog, hé! Ik heb het vorig jaar voorgehad: mijn stokjes waren zo lang en ik heb ze moeten verlengen dus zo productief zijn die tomaten en heel lekker van smaak bovendien. Wat we nu gaan doen, eerst en vooral nu in het midden een beetje water geven dat die aarde zich mooi rond die wortelen vormt. Kijk en dan kunnen we hier het recipiënt vullen. Kijk en dat water kan nu heel traag de grond insijpelen. Hier staan we bij de aardbeien El Santa. Dus een heel productieve soort. We hebben vocht gehad in het voorjaar en nu een beetje zon. Dus die gaan mooi – je ziet nu al het resultaat dus de eerste vruchten, het wordt hoog tijd dat ik ze ga afdekken tegen de vogels met een net want anders zou het kunnen gebeuren dat – en dat zal zeker gebeuren – dat de vogels er sneller mee weg zullen zijn dan wij. Onze aardbeien – ja – die liggen nu met hun vruchten op de grond. Als het regent dan worden die vuil. Sommige kwekers gaan plastic leggen. Zwarte plastic. Maar dan moet er een irrigatiesysteem onderaan zitten om ze water te geven. Wat ik doe, ik gebruik hennepstrooisel. Dus hennepstrooisel is een product, een afvalproduct van de hennepteelt. Wordt ook gebruikt in paardenstallen. Maar eigenlijk is dat ook ideaal om te gebruiken als strooisel tussen onze aardbeien. En er is een hele leuke bijwerking. Slakken houden niet van hennepstrooisel. Dat is eerst en vooral een beetje korrelig, zanderig en slakken houden daar niet van. En bovendien heeft het een geur die slakken eigenlijk afschrikt. Nog een interessante bijzaak: je hoeft het niet te verwijderen. Het kan gewoon ingewerkt worden in de bodem. Het zal dus verder composteren. En voor de rest, ja. Het kan de bodem alleen maar luchtiger maken. Kijk, dat strooisel op die bladeren zal zijn weg wel vinden naar beneden. We hebben ook weer een wit oppervlak om de warmte wat te weerkaatsen. Dat heeft ook zijn voordeel om het vocht beter in de grond te houden. Wit weerkaatst het licht én de warmte waardoor de plantjes beter bevochtigd worden. Voila, dat is alweer een mooie tip om mee te nemen. We staan bij de aardappelen. Als vroege aardappelen heb ik Lady Crystal. Als late aardappel heb ik Agria. De late hebben ook al hun hoofd boven de grond gestoken. Het wordt stilaan tijd – zeker bij de vroege – om een beetje aan te aarden. Waarom is dat nodig? Aardappelen groeien in de grond en die mogen geen licht zien. Door die plant aan te aarden gaan we ervoor zorgen dat die aardappel mooi in een donkere omgeving zit. Als je ze goed aanaardt en je zou de aardappelplaag hebben dan gaat die knol beter beschermd zijn tegen de knolplaag omdat die schimmel een langere weg moet afleggen om aan die knol te geraken. Goed aanaarden is van groot belang om gezonde knollen te hebben. Hoe gaan we dat doen? Ideaal is een aanaarder. Dat is er zo ene. We gaan in feite – die zijn ooit al eens aangeaard geweest. Want in het voorjaar, aardappelen verdragen geen vorst dus wat doe je dan? Je plant ze en je aardt ze al een beetje aan. Zodanig dat bij de laatste vorstdagen de aardappel nog altijd onder de grond zit. Eens de scheuten boven de grond zijn: aardt ze wat verder aan dat ze bedekt zijn en je zal geen vorstschade hebben. Nu is de vorst voorbij. Nu is de tijd om definitief aan te aarden zodanig dat ze kunnen produceren. Nu je gaat zien een vroege aardappel ontwikkelt zich niet zo sterk als een late aardappel. Normaal gezien worden aardappelen geplant vijftig centimeter in de rij. En vijftig centimeter ertussen. Ik gebruik veertig centimeter in de rij en zestig centimeter ertussen. Doordat de breedte daartussen groter is, kan je ze hoger aanaarden. Eerst en vooral: meer lucht tussen de rijen. Zodat je minder kans hebt op schimmelvorming. Maar je kan ze ook hoger aanaarden omdat je meer aarde kunt verplaatsen. Bij de vroege aardappel: ik zet die vijfenveertig centimeter in de rij en vijftig tussen de rijen. Dat is voldoende want een vroege aardappel ontwikkelt zich niet zo sterk als een late. Het aanaarden moet gebeuren voordat de bladeren van de ene rij de andere raken, hé. Want dan wordt het al moeilijk om de planten niet te beschadigen. Nog een voordeel van aanaarden dat is dat je mogelijke onkruiden al gaat vernietigen en dat ze de kans niet krijgen om zich verder te ontwikkelen. Want onkruid groeit overal. En van zodra je aardappelplanten elkaar raken wordt het al moeilijk om het onkruid ertussen te gaan verwijderen. Vandaar tijdens het proces dat we nu doen, tijdens het aanaarden, worden de onkruidzaden vernietigt. Moestuinieren is eigenlijk een prachtige hobby. We zijn in de open lucht. We kunnen genieten van het zonnetje. We doen vitamine D op. Maar er komt ook wel wat werk bij kijken. Dat is wat het nu ook weer aangenaam maakt, hé. Laat ons samen genieten van ons tuintje en voor de rest: laat de zon maar schijnen!

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
20 januari 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine