PremiumTuinwerkzaamheden

Hoe vlecht je ajuinen?

Mijn Tuin

Georges leert je weer veel bij over het moestuinieren en toont je hoe je je ajuinen na de oogst beter kan beweren door ze te vlechten.

15 oktober 2024

Transcriptie

Voilà zie, welkom, welkom in de volkstuin Gent-Brugge. Ik ben op weg naar mijn tuintje, samen met mijn hondje en ik heb heel wat werk te verrichten maar ik heb ook weer heel wat tips voor jullie. Dus ik zou zeggen: volg mij! Alé Milo … Voila, we staan hier bij de resistente tomaten. De Primabella. Dat wordt geen grote tomaat, maar ik heb je gezegd, ik heb stokken van twee meter en tien en eigenlijk zijn die nog te kort want je ziet dat de planten enorm groeien. Dus ik kan hier nog tomaten van hebben tot in november. Tot wanneer het begint te vriezen. Dat is een soort die heel lekker is van smaak. Compleet resistent want we hebben nu een heel nat voorjaar gehad en ook een natte zomer maar er is geen besproeiing gebeurd – niks hé – dat blad is, je ziet dat trouwens he, daar is totaal geen product aan geweest tegen bescherming dus die planten zijn honderd procent immuun tegen phytophtora. Of de tomatenplaag. Aardappelplaag of tomatenplaag, dat is dezelfde ziekte. Hier staan we op het perceeltje waar we in het voorjaar uien geplant hebben in eierdozen. Die zijn ondertussen geoogst. Wat we met die uien gaan doen, dat zien we straks. Maar we gaan nu ons perceel voorbereiden op – we zijn nu eind augustus – ideaal moment om veldsla te zaaien. Veldsla is een zeer trage kiemer, maar als die uiteindelijk begint te groeien en eigenlijk is het een herfst- en wintergroente, dan zal ons dat voorzien van vitaminen en mineralen in de winterperiode als we ze nodig hebben. We hebben zonet de grond bewerkt met de woelvork maar nu moeten we het nog allemaal fijn maken. Daarvoor gebruik ik een handfrees. Die grond is eigenlijk al bewerkt geweest dus die heeft niet zo veel nodig. Alleen de kluiten een beetje verkleinen en dat is ideaal. Je kan dat gewoon met een hark doen ook, hé. Maar ik heb nu zo’n grondfrees, dus waarom daar geen gebruik van maken als je dat hebt. Die is eigenlijk vooral geschikt voor lichtere gronden. Voor kleigronden is zo’n frees te licht. Dan kan je beter de kleigrond eerst wat mengen met zand of compost. Kijk, en nu kunnen we nog met de raak – eigenlijk is het niet meer nodig want die [= de grond] is al vrij effen maar we kunnen de grond nog altijd een klein beetje egaliseren. Kijk, onze bak is drie op drie. Eigenlijk hoeft die niet groter te zijn. Want rekening houdend met de lengte van de stelen van ons materiaal kunnen we eigenlijk overal gemakkelijk aan zonder ons eigenlijk te moeten forceren. Vandaar is dat eigenlijk een ideaal formaat. Nu gaan we op ons perceeltje waar vroeger de uien hebben gestaan, gaan we veldsla zaaien. Dus wat doen we daarvoor? We hebben hier onze zaadjes. En die gaan we in onze zaaidoos deponeren. Voila. … Zakje dicht maken. Hier hebben we van groot naar klein. Het tweede gaatje is ideaal voor onze zaadjes. En we zetten dat gewoon op nummer twee. En dan kunnen we beginnen zaaien. Met ons harkje maken we een voor. Niet te diep. Hier hebben we geen draadje nodig om recht te werken want het is maar drie meter. Dus dat kunnen we rustig op het zicht doen. Voila zie. Kijk. Goed. En nu kunnen we beginnen zaaien. Veldsla mag tamelijk dicht bij elkaar. Want dat zijn eigenlijk maar kleine plantjes. Voila zie. De grote hark nemen. … En we gaan dat mooi dicht rakelen. Die zaadjes zitten nu mooi onder de grond. Oppervlakkig. Dat zal nu een drietal weken duren vooraleer ze hun ‘kopje’ boven de grond steken. Wat wel interessant is, is dat we zorgen dat we de slakken weg houden. Door slakkenvallen te zetten. Want met het vochtig weer zijn die slakken actief. Zeer actief zelfs. En de kiemplantjes zijn op één nacht opgegeten. Preventief werken is in zo’n geval belangrijk. Want als je planten zijn opgegeten, ja, terug zaaien is geen optie niet meer want het duurt dan weer drie weken vooraleer ze beginnen te groeien. En tegen dan is de winter in zicht. Maar nu zijn we eind augustus, eind september en beginnen die te groeien en vanaf november, december kunnen we oogsten. Eventueel kunnen we ze afdekken tegen de vorst en die zijn tamelijk vorstbestendig. En we hebben dan lekkere, gezonde mineraalrijke groenten voor in de wintermaanden. Hier staan we bij de stengeluien. En daar zie je nog de restanten van die eierdozen. En je ziet, die zijn ondertussen goed gegroeid. Die hebben geen last gehad, die zijn niet belemmerd geweest want die papier-mâché lost op. En kijk, eigenlijk kan je die gewoon zo oogsten. Voila, kijk en je hebt een mooie stengelui. Je ziet, die beworteling is tamelijk goed. Bij een stengelui is het dat stukje dat we gebruiken. Je ziet: die zijn perfect gegroeid. En die zijn eigenlijk klaar om te verwerken in de keuken. Een heel goed systeem om je planten een beetje extra vocht te geven want die papier-mâché houdt het vocht vast. En je plantjes kunnen gewoon goed door wortelen, die groeien daar los door. Dit is duivenmest. Die ik heb opgelost in water. En die eigenlijk een week al staat te gisten. Best een neusknijper gebruiken als je er niet tegen kan want dat ruikt wel tamelijk sterk. Duivenmest en kippenmest is heel straf. Dus we moeten opletten als we het gebruiken in de tuin. Wat gaan we nu doen? Dat zijn onze spruitenplanten. Spruiten zijn koolgewassen. En die hebben veel behoefte aan stikstof. Duivenmest is zeer rijk aan stikstof. We gaan een beetje van die gier in onze gieter gieten. Dat is voldoende. En we lengen dat aan met water. … Want puur is een beetje te straf. Voila, kijk. Even laten mengen. En nu kunnen we dat aangieten aan onze kolen. De kans op verbranding is niet meer aanwezig. Dat hoeft niet veel te zijn. Een geutje. Maar dat is echt krachtvoer. Ik kan het je verzekeren. En nu gaan we terug ons net sluiten. Waarom? We hebben daarnet het koolwitje gezien. Dat is een heel mooi vlindertje. Maar we hebben het liever niet bij de kolen want dat legt eitjes en de larven gaan onze kolen vernietigen. Voila, mooi afsluiten. Met een steen. Voila zie. Ze kunnen er niet meer aan. En nu, bij de eerste regenval zal die gier zich mengen met water en onze plantjes zullen daar resultaat van hebben. Hoe sterker ze nu groeien, hoe meer spruiten we zullen hebben uiteraard. Maar kolen in het algemeen hebben behoefte aan vrij veel stikstof. En in die gier zit er heel veel stikstof. Wat we nu gaan doen dat is snijsla en platte peterselie zaaien. We gaan dat in bakjes doen want we lopen op het einde van het seizoen dus we kunnen die achteraf op het einde uitplanten van de serre of als het weer het toelaat in de volle grond. Maar als we in potjes zaaien, kunnen we daar alle kanten mee uit. We kunnen bijvoorbeeld ook thuis in een plantenbak peterselie en snijsla laten groeien zodanig dat we ze bij de hand hebben om te plukken als we ze nodig hebben in de keuken. Ja, dus we gaan nu onze potjes vullen met goeie grond. Dit is nu teelaarde. Dat kan nu niet veel kwaad. Zo. We beginnen met de peterselie. Dat is platte peterselie. Voila. We pakken ook weer het tweede kleinste gaatje. En zo enkele zaadjes want ze komen niet allemaal uit natuurlijk, hé. De snijsla. Snijsla heeft ook het voordeel dat ze, je hebt hier verschillende soorten, hé. Rode, groene, krul, hard, zacht, een beetje vanalles. Dan heb je direct een assortiment. Dat geeft ook een mooi resultaat op het bord, hé. Voila. Dus, hier ook weer: het tweede kleinste gaatje, enkele zaadjes. Voila, dat is het! Nu gaan we dat nog een klein beetje afdekken. Want oppervlakkig zaaien is hier wel noodzakelijk, hé. Die zaadjes mogen niet te diep zitten. Of ze gaan niet uitkomen. Voila, dat is meer dan voldoende. Lichtjes aandrukken. Die potgrond is vrij nat. Maar we gaan toch nog een heel klein beetje water geven op het einde van de rit. Voila en dat zetten we nu – dat kan nu nog momenteel in de serre staan dus zorg ook regelmatig dat ze vochtig blijven want in een serre kan het gemakkelijk veertig graden worden. Dan drogen die enorm sterk uit en als je potkluit volledig uitgedroogd is, dan kan je zaadje niet verder meer groeien. Ofwel zet je het binnen in een frissere omgeving maar zorg ervoor dat die potkluitjes constant vochtig zijn. Zo. Dit is onze uienoogst. En we kunnen die samenbinden met een touwtje. In een bundeltje. Maar ik ga je een andere methode tonen die eigenlijk nog efficiënter is en bovendien sierlijk. Wat hebben we daarvoor nodig? Een touwtje en een haakje. We gaan dat einde van dat touwtje samenknopen. Oei. Herbeginnen. Ik was iets te snel. Voila. En hier bevestigen we ons haakje. Voila zie. En dat is de start. We hangen dat op. En we nemen uien die al min of meer gedroogd zijn. Maar die hebben nog een stukje van de stengel. Dat hebben we dus nodig. We gaan nu de stengel tussen de twee touwtjes door. Goed aansluiten. We gaan [~maken] een bocht rond het rechtse koordje. Erdoor steken. En een bocht rond het linkse koordje. Dus in de vorm van een acht. Voila. En de rest van het stukje stengel snijden we gewoon af. Nummer één hangt al vast. Nummer twee: terug tussen de twee touwtjes in. Nu een bocht naar links. Tussen de touwtjes heen en een bocht naar rechts en terug er tussen, dus een acht. En de rest knippen we af. Het mooiste resultaat bekom je als alle uien van dezelfde grootte zijn. We steken die ook – mooi aansluiten! Een bocht naar links. En afsnijden. Kijk, de dorre bladeren mogen er al van af. Voila. Goed aansluiten. En ook hier goed aansluiten. Het voordeel van zo’n systeem dat is dat als er een rotte tussen zit dan kan hij de rest niet aansteken want die is eigenlijk los van de andere. En je kan die er makkelijk van tussen halen ook. Ze kunnen vrij goed drogen omdat ze allemaal vrij zitten, de lucht kan er goed aan. En ze kunnen elkaar niet aansteken als er een slechte tussen zit en het is nog decoratief ook. En dit is het resultaat. Voila. Een mooie tros. Mooi egaal. Kijk dat heb je als alle ajuinen mooi egaal zijn, hé. Dus een hele mooie egale tros. En ook de knollen zo dicht mogelijk tegen de koord. Want anders hangen ze ver uiteen en nu heb je eigenlijk een heel decoratief – want je kan dat dus gewoon onder het afdak hangen want dat mag buiten blijven hangen. Een ajuin kan tegen de vorst maar kijk, ze zijn beschermd. Ze kunnen elkaar niet aantasten als er een slechte tussen zit. En als die volledig droog zijn dan kan je er gewoon een dikke van tussen halen. De rest blijft gewoon hangen. We staan hier bij de prei. Nu. Het deel dat we nodig hebben, is het wit van het prei. Natuurlijk het groen kan ook gebruikt worden in de soep. Maar als we prei stoven, hebben we graag witte prei. De lengte van de stengel is belangrijk. Als die voldoende lang is, hebben we een lang stuk prei. Daarom hebben we die prei ook geplant in gleuven. Dus we hebben eerst voren gemaakt, en dan met de preiplanter gaten en daar hebben we de prei in geplant. We hebben ondertussen ook extra voedsel gegeven. Dus ook een beetje van die duivenmest die goed verteerd is. Hebben we daar in gegoten. En die zijn nu volop aan het groeien. Eigenlijk is het nu het moment om die putten dicht te maken zodat we de plant meer in de hoogte laten groeien en dat we een lang stuk witte stengel hebben. Ondertussen kunnen we ook het onkruid dat er tussen groeit verwijderen, hé. We hebben nu die drie voorste rijen eigenlijk geëffend met de drietand. De twee laatste rijen zijn eigenlijk twee weken later geplant. Die plantjes zijn nog een beetje klein en laten we groeien. Later gaan we die ook gewoon effen maken en meteen ook het onkruid verwijderen dat er tussen groeit. Onze plantjes zitten diep in de grond. We hebben zo’n stuk wit. En de rest is groen. Dus het is eigenlijk het wit dat we nodig hebben om te stoven, om lekkere groente te bereiden. Sommige tuiniers gaan het loof afsnijden maar ik doe dat niet. Waarom niet? Omdat de preivlieg gelokt wordt door de geur. Als we die planten gaan beschadigen door ze af te snijden, komt daar een enorme geur vrij. En de preivlieg ruikt dat van kilometers ver. Dat doen we dus niet. Wat we wel doen bij het planten – dit zijn eigenlijk nog resten van onze planten – die ik geoogst heb, daar knippen we wel de helft van de wortels weg omdat die dan nieuwe wortels gaan vormen en ze gaan dan een sterker wortelgestel hebben. En wat we ook doen is de punten gelijk knippen. Kijk. En dan kunnen we die planten eerst eens onderdompelen in een zeepsopje zodanig dat ze de geur een beetje camoufleren. En zo worden ze dan uitgeplant op een regelmatige afstand. Maar voor de rest blijf ik er van af. Niet meer aan knippen op het moment dat ze groeien want dan ga je de preivlieg lokken en dat wil je zeker niet doen. Ook belangrijk; als je nu prei nodig hebt uit de tuin – deze is nu nog te klein – maar op het moment dat je het nodig hebt, kan je gewoon oogsten wat je – voor je soep of je bereiding – wat je nodig hebt en de rest blijft staan. En zo heb je de ganse winter verse groenten. Alleen als het hard vriest en de grond is dicht gevroren, dan kan je er niet aan. Voila zie. Het werk voor vandaag zit erop. We gaan nog een beetje genieten van onze tuin samen met onze hond. En we zien elkaar nog zeker en vast voor een volgende. Ik dank u!

Wat heb je nodig

Krijg GRATIS toegang tot het artikel
of
Proef ons gratis!Word één maand gratis premium partner en ontdek alle unieke voordelen die wij u te bieden hebben.
  • wekelijkse newsletter met nieuws uit uw vakbranche
  • digitale toegang tot 35 vakbladen en financiële sectoroverzichten
  • uw bedrijfsnieuws op een selectie van vakwebsites
  • maximale zichtbaarheid voor uw bedrijf
Heeft u al een abonnement? 

Meer weten over

Deel je (nieuws)verhaal

Heb je nieuws dat relevant is voor onze redactie? Deel het met ons via het meldformulier.

Nieuws melden
Print Magazine

Recente Editie
20 januari 2026

Nu lezen

Ontdek de nieuwste editie van ons magazine, boordevol inspirerende artikelen, diepgaande inzichten en prachtige visuals. Laat je meenemen op een reis door de meest actuele onderwerpen en verhalen die je niet wilt missen.

In dit magazine