Waarom blijven pluggen niet zitten in je muur? 6 oorzaken en oplossingen
Een plug die meedraait met de schroef, uit het boorgat komt of na verloop van tijd losraakt, kan verschillende oorzaken hebben. Vaak ligt het probleem bij de keuze van de plug of bij het boren en plaatsen. We overlopen even de vaakst voorkomende oorzaken en oplossingen.
Vaak voorkomende plugproblemen
Het boorgat is te groot
Een plug moet voldoende strak in het boorgat zitten om zich goed te kunnen vastzetten. Is het gat te groot, dan kan de plug onvoldoende spreiden of klemmen en gaat ze bij het indraaien van de schroef meedraaien.
Gebruik altijd de boordiameter die op de verpakking van de plug staat aangegeven. Is het gat al te groot, gebruik dan niet zomaar een dikkere schroef. Kies eventueel een geschikte grotere plug met bijpassende schroef en pas het boorgat daarop aan. Bij een sterk beschadigd gat kun je beter op een andere plaats opnieuw boren.
Je gebruikt de verkeerde plug
Niet elke plug is geschikt voor elke ondergrond. Een klassieke spreidplug die uitstekend werkt in beton of volle baksteen, kan bijvoorbeeld onvoldoende houvast bieden in een holle wand. Ook zachte of poreuze materialen zoals cellenbeton vragen om een aangepaste bevestiging.
Stem de plug af op de ondergrond. Controleer vooraf of je met beton, volle of holle baksteen, cellenbeton, gipskarton of een ander materiaal te maken hebt en kies een plug die daarvoor geschikt is.
De schroef past niet bij de plug
Ook de verkeerde schroef kan voor problemen zorgen. Een te dunne schroef laat een spreidplug onvoldoende uitzetten, terwijl een te dikke schroef de plug kan beschadigen of vervormen. Een te korte schroef kan dan weer onvoldoende diep in de plug grijpen.
Gebruik altijd een schroef met een diameter binnen het bereik dat de fabrikant voor de plug voorschrijft. Kies ook een voldoende lange schroef, rekening houdend met de lengte van de plug en de dikte van het materiaal dat je bevestigt.
Het boorgat is niet goed gemaakt
Boorstof dat in het gat achterblijft, kan verhinderen dat de plug optimaal contact maakt met de ondergrond. Ook verkeerd boren kan problemen veroorzaken. Zo kan een boorgat in broos of hol metselwerk te ruim of beschadigd raken wanneer je te agressief met de klopfunctie boort.
Boor recht en gecontroleerd en pas de boormethode aan de ondergrond aan. Verwijder na het boren zoveel mogelijk boorstof met een stofzuiger of borsteltje voordat je de plug plaatst.
De ondergrond is beschadigd of te zwak
Soms ligt het probleem niet bij de plug, maar bij de muur zelf. Afbrokkelende baksteen, oud pleisterwerk of een eerder beschadigd boorgat biedt onvoldoende houvast. Een plug vastzetten in alleen een dikke pleisterlaag is evenmin een goed idee wanneer de bevestiging eigenlijk in de achterliggende muur moet dragen.
Zorg dat de plug zich in een voldoende stevige ondergrond kan verankeren. Is het boorgat plaatselijk uitgebrokkeld, kies dan indien mogelijk een nieuwe bevestigingsplaats. Voor zwaardere bevestigingen kan een aangepaste plug of een chemische verankering een oplossing zijn, afhankelijk van de ondergrond.
De plug wordt te zwaar belast
Zelfs een perfect geplaatste plug heeft een beperkte draagkracht. Hang je er meer gewicht aan dan waarvoor de combinatie van plug, schroef en ondergrond geschikt is, dan kan de bevestiging langzaam loskomen of zelfs uit de wand worden getrokken. Ook de richting van de belasting speelt daarbij een rol.
Controleer de belastingswaarden op de verpakking en houd rekening met de ondergrond waarin de plug wordt geplaatst. Gebruik voor zware voorwerpen een bevestigingssysteem dat daarvoor geschikt is en verdeel de belasting indien mogelijk over meerdere bevestigingspunten.